Op de schop

 Zodra de schoppen de grond in gaan ontstaat midden in een stad iets wat tegelijk een werkplaats en een tentoonstelling is. Meestal haastig afgeschermd met tentzeilen. ‘Wat aarde bewaarde’ heette het ooit.

 Kunstencentrum de Appel is tijdelijk een site voor archeologische opgraving geworden. Een ‘vindplaats’. Tenminste zover het aan Saskia Noor van Imhoff lag. Haar inspiratie: de Amsterdamse Noord-Zuidlijn, op het tracé waarvan duizenden voorwerpen bovenkwamen. Van Middeleeuwse kruiken tot shampooflesjes van vorig jaar. Elk met hun verhaal.

 Zodat een curieuze mengvorm ontstaat van kunst en bodemonderzoek. Een potscherf of een tube is betekenisrijk en mooi tegelijk. Een lapje stof net zo. Of het gips dat om een gebroken arm zat en door Van Imhoff in brons werd gegoten. Wegwerpmateriaal als het komisch werkende doosje anti-aging creme. Van gevonden voorwerp tot museumstuk.

 En de omgeving van de vindplaats spreekt altijd mee, zoals een schilderij in het Mauritshuis altijd wordt meebepaald door de Hofvijver en het torentje buiten.  

 En dan de constructies die zo’n bouw annex opgraving met zich meebrengt. Van Imhoff fantaseert ze. En als toeschouwer krijg je nu de kans naar beneden in de gaten te kijken. Vaak geen idee wat daar gebouwd wordt en waarom.

 Soms is het gaaf, zoals het met veel moeite bovengehaalde Rijnschip in het Utrechts Centraal Museum. Maar net zo vaak haal je onbegrijpelijkheden omhoog.

 Het zou, dacht ik, wel goed zijn als alle kunst eerst ergens moest worden opgegraven. En daarna onderzocht op zijn merites.