Deze film van de Palestijn Hany Abu‑Assad gaat over niets dat je verwacht. Ook de Arabische wereld kent z'n Idols-tv. Daaraan meedoen in Kaïro - hoofdstad van de Arabische wereld - is de droom van de jongens die wij kennen als stenengooiers. Een film over hoop..
De Westerse televisieversie is ver weg in dit andere Palestina. Je ziet het leven van de zanger Mohammed Assaf uit Gaza, zoals het was en is. Hoe zet je zonder geld een bandje in elkaar, hoe kom je de grens over naar Kaïro, als een van de 6000 kandidaten.
Assaf bestaat echt, is beroemd, woont nog steeds in Gaza en mag alleen met toestemming van de bezetters Palestina uit.
Het drumstel van potten en pannen overtuigt, het optreden op bruiloften en partijen. En het zusje dat alleen verkleed als jongen gitaar mag spelen. In Gaza, de puinhopenstad, waar je elkaar achterna zit over de stukken betonskelet.
Hoe dat alles kan? Hij heeft een fantastische zangstem, die je in de film ook hoort. Voor zo'n stem knijpen Arabische functionarissen oogjes dicht. Aan de voorronde kan hij alleen meedoen via Skype. Omdat het elektra vaak uitvalt in Gaza eindigt het optreden met een inderhaast aangesleepte generator die in brand vliegt.
Met list en bedrog baant hij zich een weg.
Meesterlijk is het moment als hij in het studiogebouw is doorgedrongen maar niet verder komt. In diepe wanhoop zingt hij, zittend op de WC waar hij zich verstopt, en door de deur heeen wordt gehoord. En verder geholpen naar het podium.