Ellen Deckwitz en God

 Met een hoofdletter. Je moet Hem niet aan Andries Knevel overlaten. Maar hoe dan. Mij is het nooit gelukt. Ondanks zondagsscholen en de jeugdkerk. Wat ik overhield was zon die door glas-in-lood ramen kleurpatronen tekende op een kerkvloer. Meer niet. Ellen Deckwitz kom ik tegen in het nieuwste Liegend Konijn van Josef Deleu. Zij gaat het nieuwe jaar te lijf in een knetterend epos dat 'De straten van januari' heet. Maar, een pagina eerder is er 'Lieve God':

 'Op Uw muur ben ik slechts/ een langpootmug, tastend/ naar houvast

 Een paar keer per jaar zie ik U nog,/ wanneer het hoopje zand rond de ingang/ van een mierenhoop me doet denken/ aan een aureool rond een zwart gat.

 Ik ben moe, Heer en hardhorend/ als een witte kat. Van gebeden/ die ik opliet uit bedden/ die me even troostten, lieve God,

 ik wil U alleen maar dienen/ en zo mezelf uitdoven. Blijf bij mij

 zodat ik in een overvolle trein/ kan wijzen op de lege stoel naast/ mij. Dat daar al iemand zit.’