Christine de Pizan

 Sinds Eva en de slang zijn vrouwen verdorven. Het duurde lang voor er een antwoord klonk, dat van Christine de Pizan, geboren in Venetië (1364) en opgegroeid aan het Franse hof. Haar 'Vrouwenstad' (1405) leeft voort, oa. in Fellini's Città delle donne. Nu is er een schitterende studie over die vertaling. Een vrouwentijd, rond 1500, eindelijk. Jeanne d'Arc was een tijdgenote voor wie ze een lofzang schreef. Toen ze weduwe was geworden besloot ze voor haar en haar kinderen de kost te gaan verdienen als schrijfster. Hoogst ongewoon. De allereerste vertaling van 'Vrouwenstad' in het Vlaams  dateert van 1475). In Brugge gemaakt, en prachtig geïllustreerd. Gedichten schreef De Pizan ook, die op muziek gezet werden. Als deze Ballade, vertaald door J.H. Leopold:.

 Alleen ben ik en zoek alleen te wezen,/ Alleen ben ik en van mijn lief verlaten,/ Alleen ben ik; wie die mijn heer mag wezen?/ Alleen ben ik, dan bitter, dan gelaten,/ Alleen ben ik en schuw mijn kwijnend leven,/ Alleen ben ik, verdoolde uiter­maten,/ Alleen ben ik en zonder vriend gebleven.

 Alleen ben ik ter venstere, ter deure,/ Alleen ben ik, in eenen hoek gedoken,/ Alleen ben ik, om op te gaan in treuren,/ Alleen ben ik, stil weg of uitgebroken, Alleen ben ik, het is mij wél gegeven,/ Alleen ben ik in mijn vertrek beloken,/ Alleen ben ik en zonder vriend gebleven.

 Alleen ben ik, waar of ik ook mag wezen,/ Alleen ben ik in alles en altoos,/ Alleen ben ik meer dan een ander wezen,/ Alleen ben ik, verdrukt meedoogenloos,/ Alleen ben ik en van een elk begeven,/ Alleen ben ik en soms gansch troosteloos,/

Alleen ben ik en zonder vriend gebleven.

 Prins, nu is wel mijn droefheid aangeheven,/ Alleen ben ik, met elke rouw te duchten,/ Alleen ben ik, zwarter dan moer­beivruchten,/ Alleen ben ik en zonder vriend gebleven.