Als papieraddict was ik vanmorgen toch nog even in het dorp Rijswijk, dat zo mooi ingeklemd ligt in Den Haag, maar zijn op een heuvel, een duinwal, gelegen kerkje uit 1200 bewaarde. Voor de Papierbiënnale.
Sinds mijn jeugdjaren in Eerbeek weet ik dat papier door een bepaald soort artistieke dames met een zekere heiligheid wordt bekleed. Net als de fiets. Je moet er veel bomen voor kappen, maar dan heb je ook iets dat niet 'chemisch' is.
Voor mij blijft het materiaal: licht, zacht, aanraakbaar.
Jammer dat de uitgeknipte spiralen, draaiend op een breinaald op een kurk en bewogen door de stijgende lucht van een kaarsvlam, in Rijswijk ontbreken.
De Papierbiënnale 2016 brengt weinig nieuws, maar voor mij genoeg.
Eerbeek kwam op me af. Weer reden de vrachtwagens van de zeven papierfabrieken door het land: 'De Hoop voor golfcarton', De Zeeuw, Huiskamp en Sanders en natuurlijk Schut. Getrokken door de chauffeurs van Schotpoort.
Terug naar de Biënnale: Tracy Luff maakte golfcartonnen bomen voor haar 'Return to the forest'. De afbladderende stukken papier van Yoko Karaoka die wel oud behang lijken, waar je graag je plamuurmes achter zou zetten, de boomblaadjes van Paul Andrew Hayes (2016) ritselend als populierenblaadjes. En ook de grafiek van Dorthe Goeden gaat terug op de boom.
Terwijl ik denk aan de dag dat achter het stationnetje van Eerbeek een goederenwagon was opengebarsten en de rails bezaaid lagen met etiketten van Flipje Tiel, die bij Schut gemaakt werden. Alle dorpskinderen zwermden uit om ze te verzamelen, want er zaten 'punten' op, waarvoor je albums kreeg. Alsof er goud gestrooid was..