Er is een nieuw Liegend Konijn, het halfjaarlijkse boek met nieuwe gedichten uit Nederland en Vlaanderen - nooit eerder gepubliceerd - dat Jozef Deleu elk halfjaar samenstelt. Met op de achterkant altijd de zelfde, niet te overtreffen tekst van Paul van Ostaijen. Die eindigt met de regel: 'De stropers met de lichtbak mogen gerust zijn. Het konijn leert slecht.' Onverbeterlijk dat konijn. Nu stuit ik op de Gentse stadsdichter David Troch (1977). Laatste bundel 'bianca blues' (2016). Hij heeft een hekel aan hoofdletters. Met een cyclus huishoudelijkheden, waaruit: 'Volgestouwd':
'daar staan we voor, het volgestouwde huis
leeghalen, verdelen wat wij, wat een ander,
wat geen hond hebben wil. er is geen beginnen
aan. denk dit alles maar eens weg, stel vreemden
in de plaats, hoe ze in deze kamers in de liefde
bedreven raken wegwerpherinneringen zich
stapelen, waar haalt men het toch allemaal
vandaan, waar moet men ermee naartoe.
de badkamerspiegel blijft achter, wij zijn
het niet, wij zijn het nooit geweest.'
Ik dacht aan de zolder en de klusjesman die zei 'Je weet hoe het is. Er gaat van alles naar boven, maar nooit meer wat naar beneden.'
Of mijn broer en ik bij het uitruimen van de ouderlijke boedel. De ovale klok.
'Een klok moet rond zijn.'
'Hoe vaak heb jij niet op die klok gekeken?'
'Voor mij kan ie weg.