Eddy Christiani was de eerste popster in Holland. Thuis in z'n schuurtje had hij een hutkoffer met fanmail bewaard uit z'n vroegste tijd. 'Als je wist wat die meisje durfden opschrijven Wim'. Een keurige man, met een dictie.
Ik leerde hem kennen toen we met een aantal studenten een tentoonstelling over de jaren '50 inrichtten, in 1967, in Amsterdam. Hij had lang geaarzeld, trad alleen nog voor bejaarden op, dacht aan een studentengrap, maar hij kwam.
Eddy was ook de eerste die net voor de oorlog een elektrische gitaar had laten komen uit Amerika. Een Gibson. Hij vertelde me: 'Als je een elektrische gitaar hoort op een plaat uit '40-'45 dan ben ik het of ik had de mijne uitgeleend.' Later raakte hij bevriend met de grote gitarist Chet Atkins.
Hij bleef optreden. Als ik hem in Hilversum nogeens tegenkwam zei hij altijd dat ie z'n 'comeback' aan mij te danken had.
Z'n mooiste verhaal vond ik dat van de gouden plaat die hij kreeg voor 'Zonnig Madeira'. Die hing ingelijst boven zijn schoorsteenmantel. Op een zondagmiddag hield hij het niet meer uit, nam de lijst van de muur en legde de gouden plaat op de draaitafel.
'En wat acht je Wim, dat ik toen hoorde? Een accordeonpotpourri van 'De drie Jacksons. Toch een teleurstelling.'
ps. In 1970 heb ik hem uitvoerig geinterviewd, NIenke Feis vond het terug..