Naar mensen kijken als in de trein of op een halte. Of in een ziekenhuisgang met kuipstoeltjes. Dat is wat Ken Loach doet in I, Daniel Blake. Het verhaal van een gezicht.
Dat van timmerman Daniel Blake vertelt zijn verhaal stapje bij beetje. Zijn vrouw stierf, hij heeft een hartkwaal en komt terecht in de carrousel van de instanties, met ambtenaren, regels, digitale formulieren en wachtenden voor u. Waar je doldraait als je niet met Internet uit de weg kunt.
Hij komt van een andere planeet.
Heeft een heel sprekende mimiek, vertraagde reacties die zelden tot een explosie komen. Totdat tenslotte toch. Alsof hij steeds weer niet kan geloven dat de wereld echt zo harteloos in elkaar zit.
Toen Loach en scenarist Paul Laverty zich verdiepten in de werkelijke honger, werkloosheid, falende gezondheidszorg en repressieve arbeidsbemiddeling moesten ze deze film maken.
Daniel doet alles wat zo’n aardige, geestige, handige man kan. Maar hij staat machteloos en krijgt aan het slot een nieuwe hartaanval.
En sterft in de toiletten van het arbeidsbureau.
Toen het licht in de zaal aan ging dacht ik even echt in een aula te zijn. Iederen bleef zitten en zweeg.