Neruda

 De film Neruda van de Chileen Pablo Larrain pakt onverwacht geestig uit. Het is 1948, in Chili ben je ofwel rechts of communist, wat verboden is. De Nobel­prijswinnaar en held van de linkse romantiek komt eruit als een verwende, ijdele kwast gevierd in de bordelen. 

 Begonnen als een gewone jongen die opklimt tot senator omdat hij het lijden van het volk zo mooi in zijn gedichten beschrijft. En liefdespoëzie, zeker. Ik ben geen Neruda-lezer.

 En zo wordt hij een trofee die de partij beschermt en met eindeloos geduld de besneeuwde Andes over voert, het land uit, omdat een revolutie nu eenmaal helden nodig heeft.

 De plot zit ingenieus in elkaar. En staat ook al beschreven in een boek dat Neruda links en rechts laat slingeren. Waarin een fictieve, fanatieke politieman de held nazit tot hij er in blijft. En Neruda ontkomt naar Parijs, waar hij als expat gehuldigd kan worden.

 Alles is al gebeurd. De dikke Neruda moet dus wel winnen.

 En zo wordt de film een thriller en een merkwaardige linkse operette tegelijk, waarin zelfs gezongen wordt op Neruda-teksten.