The Student

 Venja, een Russische scholier van nu die uitzonderingsgewijs weet wat hij wil: houvast, zekerheden. En die vindt in de Bijbel. Heel de film spreekt hij in letterlijke bijbelcitaten.

 Veel kent hij er uit z'n hoofd, vaak ook raadpleegt hij z'n zakbijbeltje, dat hij overal meedraagt. In de klas, in het zwembad bij het schoo­lzwemmen.

 Leven, hoe moet dat? De bijbel heeft overal een antwoord op. In het Rusland van nu zit in het lerarencorps ook een pope, maar die is weinig strikt in de orthodoxe leer. Hij moet, vindt Venja, eigenlijk het geloof gaan prediken onder de moslims.

 Niemand ontsnapt aan die letterlijke leerstelligheden, zijn moeder is gescheiden: fout. Biologielerares Elena voelt voor hem en gooit zich ook in de bijbelstudie om met hem te kunnen praten, maar ze is joods: fout.

 Het maakt indruk. De kracht van de filmvan Kirill Serebrennikov zit in het langzame buigen van medescholieren en leerkrachten voor Venja's fanatisme. Wie wil er nu geen duidelijkheid.

 Darwin en het geloof zijn ook in Rusland niet rijmbaar. En als Venja tenslotte met een zelfgetimmerd manshoog houten kruis op school komt wordt duidelijk dat hij - net als Christus - bereid is te sterven voor zijn gelijk. Zeker en onzeker, goed en fout, leven en dood. Het Kalifaat ligt om de hoek.