Hyperrealisme of fotorealisme is geen goede titel voor de tentoonstelling die vanaf 25 februari te zien is in de Rotterdamse Kunsthal. Het gaat niet om het hoe maar om het wat. Waar gaat dit over?
Werk van dertig schilders. Drie generaties inmiddels. Het houdt niet op.
Het lijken foto's. Dat ze dat niet zijn herken je aan de componerende hand van de schilder. Die rangschikt, ordent, kwasi-achteloos natuurlijk, zoals foto's ook altijd iets toevalligs behouden. Het ontstond in de late jaren '60. Een vorm van pop-art, het dagelijks leven.
Robert Bechtle schildert het onderwerp 'Mens en auto'. In Amerika, waar openbaar vervoer nauwelijks bestaat, zodat mens en auto ongekende symbioses aangaan.
Mens, auto, straat of weg. Er staan huizen. Dat is de wereld.
Wat kan de hyperrealist ermee? Toch niet een artistieke impressie geven, nee hij kan alleen maar het omgekeerde: perfectioneren. Het erger maken. Het is haat-liefde die spreekt uit de schilderijen van Robert Bechtle. Meer Amerika dan dit kan niet.
Er zijn weinig auto's geschilderd, zelfs in Amerika. Alsof de kunst zich ervoor schaamde. Maar alles komt terug. Dit is kunst in de tijd van Trump. Het Sovjet-realisme van Amerika nu.