Voor in een boek met verhalen over de doden die ik ken verzamel ik foto's. Omdat woorden veel niet zeggen. Dit naar het voorbeeld van W.G.Sebald, die het zo uitlegt:
'Ik geloof dat de zwartwitfotografie, bijvoorbeeld de grijze gedeelten in de zwartwitfotografie precies dat territorium aanduiden dat tussen leven en dood ligt. In de archaïsche fantasie was het immers in de regel zo, dat je niet alleen het leven had en dan de dood, zoals we het tegenwoordig vermoeden maar dat je daar tussenin dat reusachtige niemandsland had, waar de mensen steeds rondwandelden en waar men niet precies wist hoe lang je er moest blijven, of het een christelijk Purgatorium was of een woestijn die je moest oversteken tot je aan de andere kant kwam.'
In veel verhalen neemt het hiernamaals de gestalte aan van een park. Het gaat me om het wandelen, op plaatsen waar onder- en bovenwereld elkaar raken.
Niet het wanhopige ijle piepen van de schimmen zoals je dat bij Homerus vindt, maar eerder de Elyseese velden.
Deze foto's uit ca. 1920 kwamen boven. Het Panamakanaal door mijn grootvader, een Haags achtertuintje, door zijn vrouw.