Bewaard gebleven: een eenvoudig gidsje met woordenboekje Nederlands-Hongaars. Door mijn ouders ontvangen toen ze in 1956, na de Hongaarse opstand tegen de communisten overwogen een gevluchte Hongaar in huis te nemen.
Spannende dagen. Je moest wat doen. De radio vertelde van de opstandige premier Imre Nagy en Janos Kádár. Alfred van Sprang deed verslag vanuit Hongarije. Het Polygoon journaal vertoonde massa's vluchtelingen die de last minute grens overstaken en Simon Carmiggelt gooide ruiten in bij de CPN.
Filmer Béla Tarr (1955) laat in Eye de dubbele omkering van vandaag zien. De Hongaren - de zelfde van toen vaak, maar wat ouder - bouwen muren om vluchtelingen tegen te houden, die er net zo uit zien als zij in 1956.
Tarrs tentoonstelling Till the end of the world berust op de herhaling, die als beeldmotief steeds terugkomt in de fragmenten uit zijn films in Eye. Zijn laatste werk heet 'The Turin Horse', het Paard van Turijn.
Een fragment daaruit toont een zeiknat paard, en een verregende voerman. Prachtig hopeloos en uitzichtloos gedaan en zonder eind. Aangrijpend ook, je wordt zelf het paard met de oogkleppen.
Alleen die titel. Zijn hang naar symboliek speelt Tarr hier parten. De fabel zegt dat Friedrich Nietzsche in 1889 in Turijn op straat een afgesloofd paard omhelst en gek wordt 'omdat hij zichzelf in het dier herkent'. Nietzsche, de man van de eeuwige wederkeer van het zelfde.
Maar Nietzsche-biograaf Curt-Paul Jansz zocht het helemaal uit (1981) en ontdekte dat het een verzinsel is uit 1930 van een Italiaanse journalist.
Onuitroeibaar omdat het zo mooi is. Te mooi.