Het ziekenzaaltje achthoog hoog boven Amsterdam, met een panorama waarin vlnr. de Westertoren, de met groen ingepakte Zuiderkerktoren en de Montalbaenstoren. Klein Suriname hier.. een bejaarde buurvrouw die zich elke ochtend langdurig mooi maakt, met vier rastavlechtjes en jurken in duizelingwekkende patroontjes.
Ik herlees Bob den Uyls meesterlijke vroege novelle Het graf van Bach, dat Nico Keuning in 2007 uitgaf bij Reservaat. Over de wereld na deze wereld. Het soort surrealisme dat uit angst geboren wordt. Geschreven in 1963. Onderwerp: de wereld na de atoomoorlog.
Over zo’n onderwerp licht schrijven, een wonder. Vol Uyliaanse gedachtenvluchten. Geschreven door het jongetje dat eindeloos door het gebombardeerde Rotterdam dwaalde. Hoe schrijf je angst? Den Uyl kon het toen al.
Ik kijk uit over de wereld nu en hier, met vlak naast me de hoge schoorsteen waaruit onregelmatig witte rookpluimen komen en lees over de eindigheid. Met een krant op tafel waarin kernwapens speelgoed zijn geworden van Trump en Poetin.
Ik kijk en kijk naar buiten, over de nietsvermoedende zonnige stad vol buurtbewoners.
Ik mag naar huis, maar moet wel terugkomen.
Ja, ik ontbrak even. Boven Avondlog had ik het klassieke Lambiek-briefje willen hangen met de tekst ‘niet thuis uit reden van afwezigheid’.