De geranium is mijn lievelingsplant. Om haar geur, maar vooral haar taaie grilligheid. De kleuren van haar bladeren tussen rood, oker en grauw, Breekt er in het seizoen een takje af dan kun je het zo weer in de potaarde zetten, grote kans dat het wortel schiet.
Dit is voor de geraniums op mijn balkon het seizoen van leven of dood. Sommige hebben de vorst niet overleefd. Andere verkeren nog in het voorgeborchte.
Die ontdoe ik van de geurige uitbloei en dode takjes. Geduld is geboden. Ik ben heel voorzichtig met ze.
Als ik ergens een hekel aan heb is het jong groen en frisse bloementinten uit de winkel. De regelmaat van de kas. Ik moet het hebben van de nukken en grillen van overlevers. Die na lang piekeren soms toch nog een blaadje opsteken. En dan ongedachte vormen ontwikkelen. Ergens een scheut proberen en daar toch weer op terugkomen.
De geranium, de plant der planten. In het Zuiden zag ik soms hele geraniumbomen in oude augurkenblikken.