Het was iets in Amerika. Ik hoorde ervan door de vele Amerikanen die Europa rondreden in gehuurde VW-busjes en naar Amsterdam kwamen. Vooral die flowers in your hair boezemden me afschuw in. Je mocht er niet om lachen.
Zo ontmoette ik in de zomer van 1967 Jerry en Tricia uit San Francisco die cassettes bij zich hadden van platen die in Nederland nog niet verschenen waren. Ik draaide ze in mijn platenprogramma op de vpro, waar ik door een toeval discjockey was geworden omdat het jeugdprogramma waar ik voor werkte door de dominees van toen werd stopgezet. En er moest toch iets worden uitgezonden. Dat werd blues en hippiemuziek.
Kort daarna kwam het bericht dat Jerry en Tricia een grote erfenis hadden gekregen. Ze besloten er een popfestival van te organiseren. En zo stond ik in mei 1968 in Rome, in de EUR, popberoemdheden als de Byrds, Pink Floyd, Captain Beefheart, The Move en Fairport Convention op te nemen, die optraden voor een grote, lege sporthal.
Jerry en Tricia hadden vergeten reclame te maken. Er klopte weinig. Het voornaamste publiek bestond uit 300 Italiaanse politieagenten.
Het was goed voetballen daar op de zomerse grasvelden rondom. Vooral Engelsen als Alvin Lee, Richard Thompson en Roger Waters blonken uit. Amerikanen niet. Aan McGuinn, Doug Dillard of Gram Parsons had je niks.