Ernst Jansz ken ik sinds 1967. Op Koninginnedag zag ik een bandje en nodigde ze uit voor een radio-opname. Ernst was de Indische jongen die wasbord speelde, met de vingerhoedjes van zijn moeder
Ze heetten CCC Inc. en verhuisden al vlug naar een boerderij in Neerkant in de Peel. Wat ik me herinner is boterhammen met pindakaas zonder eind en de lichtblauwe bus die bleef stilstaan op de afsluitdijk.
Zo begon het, als veel verhalen uit die tijd, die allemaal weer vlug zijn opgehouden. Zoniet dat van CCC. Ze treden nog steeds op. En zijn bevriend. Een bandlid stierf, de bioloog en mierenkenner Jan Kloos.
Ernst vertelde me eens hoe hij als kind ontdekte wat zijn naam betekende, en dat als een opdracht zag. Hij moest een ernstige jongen zijn. Zo begon hij in Neerkant al vlug te schrijven en heeft alles geboekstaafd. Hij woont ook als enige nog in de boerderij. Als je ze ziet optreden lijkt het de normaalste zaak van de wereld: niet ophouden, gewoon doorspelen.
Voor wie wil weten hoe dat kan is er nu het boek 'De Neerkant' van Ernst, waarin ik een voetnoot ben. Zijn verhaal, wat hij schreef, de vrienden, de meisjes, de muziek.
Een zin: 'Sommige dingen kun je niet verzinnen. Die lijken te onwaarschijnlijk om waar te zijn. Of te mooi. Uit het niets komen zij aanvliegen als een libelle die in een drukke winkelstraat ineens op je schouder gaat zitten.'