Gisteren zag ik een film van Kaurismäki bij wie sneeuw tot de vaste attributen behoort. En ik dacht aan mijn Finse vriendin Tuula die de wereld omzwierf en nu weer is geland in Finland. Finse jongens reizen niet, die blijven thuis en drinken.
Tuula vertelde hoe dat bij haar thuis op het verre platteland ging en liet een foto van haar oude vader zien met een kleine trekharmonica, in de sneeuw. Voor drank moest je twee uur rijden naar een dorpswinkel. Met als gevolg dat als je terugkwam op de boerderij de gekochte drank alweer op was.
Het mooiste sneeuwgedicht dat ik ken is van Achterberg en staat in Afvaart (1931):
Een schuine muur van sneeuwen
komt leunen aan mijn schouder,
geduwd door broeder winter
en zuster stilte, ‑ zou er
nog tijding wezen, ginter
achter het witte scherm, dan vlokken,
sneeuwvlokken, klokken koele kilte
over de wereld en een hart,
elkaar gelijk in den winternacht.