Het vernieuwde Stedelijk

 Gisteren de nieuwe inrichting van het Amsterdamse Stedelijk en 't viel alleszins mee. In de reuzenkelder heeft Koolhaas schotten neergezet waardoor thematische compartimenten ontstaan met twintigste-eeuwse kunst.

 Boven gaat het verder maar dat liet ik even zitten. Teveel, teveel. Gek, zoveel highlights bij mekaar dwingen tot conclusies, zoals deze: wanhoop, in de niet ophoudende zoektochten naar het nieuwe: iedereen die kant op, bij de tijd blijven.

 Allereerst in de vorm, dan pas in de inhoud. De keren dat ik stil bleef staan was bij het verhalende. Diego Rivera's Karig maal, of hoe je kubistisch honger schildert. Of de komische geilheid bij Yayoi Kusama die in 1963 een hele roeiboot vol stoffen fallussen maakte, die dan heet 'Aggregation, One thousand boats show.' Dus niet duizend lullen maar duizend bootjes. Of het oude met touw toegebonden 'Pakket' van Christo (1961).

 De terminologie die al die vernieuwing begeleidt is soms hartverscheurend. Het niet ophoudende verzet tegen de klassieke kunst, die nauwelijks meer bestaat, maar toch: 'destructie en vervorming'. Of popart, gezien als protest tegen  massaconsumptie inplaats van als het onschuldige grapje dat het was. En dan het hoofdstuk 'Ongemak en absurditeit', waar kunst het opneemt tegen de misstanden in de wereld. Achteraf waren het modes en functioneerde de kunstmarkt als voorheen. Maar dat staat er niet bij.