Dat een koning schrijft en voordraagt wat van hem verwacht wordt vind ik niet bezwaarlijk. Zijn moeder en grootmoeder deden het ook. En altijd ging het over de gemeenschap. In deze tijd het 'wij gevoel'. En natuurlijk komt daar de klad in.
Of dat nu waar is of niet doet er niet toe, een koning is er om te waarschuwen, dat schept een band onder zijn toehoorders.
Toch zat er één oorspronkelijke waarneming in de kersttoespraak. De koning zei: 'Misschien is alleen het ziekenhuis nog een plek waar je in contact komt met mensen met een andere achtergrond en levensstijl.'
Beetje overdreven, maar als regelmatige ziekenhuisklant weet ik hoe waar dat is. Sinds mannen en vrouwen door mekaar liggen ontstaat op de zaaltjes vaak een unieke band. Vooral als je ligt te wachten op een operatie worden ervaringen uitgewisseld, levensverhalen verteld, dwars door sociale lagen en leeftijden heen.
En als ergens de meritocratie telt is het daar, de dokter of verpleegkundige weet wat goed voor je is. En jij niet. Al zijn ook daar naar het schijnt steeds meer betweters, tot schreeuwen aan toe.
Wie zou de koning dat ene zinnetje hebben ingefluisterd? Ik denk, z'n vrouw.