Over Friedrich Nietzsche lees ik het liefst in de driedelige biografie van Curt Paul Janz, waarin geen treinreisje, pension of pakketje met worst van zijn moeder ontbreekt. Nu bij Hans Driessens nieuwe vertaling van De vrolijke wetenschap (1882 ev.). We zijn in Genua.
Nietzsche wandelt er, over een Corso in de bovenstad, raad ik bij dit stukje over 'Het lopen'. Hij was een groot wandelaar, vertrouwde geen gedachte die niet in de buitenlucht tot hem was gekomen: 'Er bestaan gedragingen van de geest waarmee ook grote geesten verraden dat ze afstammen van gepeupel of gedeeltelijk gepeupel - de loop en de tred van hun gedachten verraden hen namelijk; ze kunnen niet lopen. Zo kon ook Napoleon tot zijn groot verdriet niet als een vorst en 'legitiem' lopen bij gelegenheden waar je die kunst eigenlijk moet verstaan, zoals kroningsprocessies en dergelijke: ook in die gevallen was hij altijd alleen maar een legerleider- trots en gehaast op het zelfde moment en zich daar ten zeerste van bewust. - Het is vermakelijk om de schrijvers te zien die de geplooide gewaden van hun volzinnen om zich heen laten ruisen: op die manier willen ze hun voeten aan het oog onttrekken.'
Nu weet ik het: Poetin loopt als Napoleon, en Trump als Oliver Hardy.