Waar was ik toen ik er niet was?

 Monica Meijsing onderging een zware operatie, onder zware verdoving. Iets wat mij ook overkomen is. En dan is meteen de vraag 'waar was ik?' Ze schreef een geschiedenis van  het bewustzijn tot op heden.

 'Waar was ik op het moment dat er een gat in mijn bewustzijn was? Was er eigenlijk wel een gat in mijn bewustzijn - ik was immers onmiddellijk na het 'welterusten' van de anesthesist in de verkoeverkamer?'

 In mijn ziekenhuis heette dat 'special care'. Een merkwaardig voorgeborchte waar ik langzaam ontwaakte naast een bed waarin een oude Tibetaan in klederdracht verzorgd werd door zijn dochter. Dus niet van het ene moment op het andere, net zoals de verdoving vooraf stapsgewijs ging, maar met ruimte voor fantasieën. Dat verschilt per patiënt. Meijsing kwam zomaar van de ene toestand in de andere terecht, op een andere plaats. Er was een stuk van haar leven weg.

 En dan komt de volgende vraag: als ik weg was en weer terugkwam wat en waar was ik dan eigenlijk in de tussentijd?

 Daarover gaat dit boek: 'Wat zijn we precies? Zijn we ergens van gemaakt en van wat dan? En wanneer bestaan we nog en wanneer niet meer?' Zijn we onze geest, ons geheugen of ons licha­am of allebei?

 Wat hier op de achtergrond meespeelt is denk ik de vraag wie is hier de baas? Sinds God dat niet meer is hebben het brein en het lichaam nog een eigenaar?

 Zo brandt de strijd om het bewustzijn los. Van Descartes en Locke tot Dennett, Swaab, Lynne Baker en de robot.

 Wat bedoel ik als ik zeg 'ik'?