Dokter

 Vanmorgen heb ik na zeven jaren afscheid genomen van mijn dokter in het AVL - ziekenhuizen worden afgekort, uit angst misschien. Zijn laatste vraag was 'schrijft u nog?' Ik zei ja. We hadden het er lang geleden eens over.

 Hij is een Belg, heeft mij accentloos al die jaren in leven ­gehoud­en. Geen gezicht dat ik zo goed ken als het zijne. Zijn gouden bril, zijn kleine glimlach en zijn haar waardoorheen zijn schedel in de jaren zichtbaarder is geworden.

 Een vakman die in alle bescheidenheid doet wat gedaan moet worden. Gewend aan dagelijkse rondgangen tussen leven en dood. Eerste vraag bij de controle, ook nu: 'Hoe gaat het?'

 Hij noteert in mijn dossier.

 'Zullen we dan nog maar even kijken?'

 Hij heeft me aan het begin uitgelegd dat hij de apparatuur goed kent, maar dat de behandeling bij hem begin en eindigt met handen. Zijn tastende en kloppende handen, die door mijn lijf heen gaan, de ik ken en vertrouw. Sommige klopjes met de knokkels doet hij nogeens over. Dan kan ik me aankleden. Nog wel een bloedproefje laten doen. Dan ben ik genezen. Althans hiervan.

 'Vindt u het aardig als ik u een exemplaar van het boek stuur?', vraag ik.

 Hij glimlacht verbaasd. Kijkt er van op. 'Ja. Is het eh, autobiografisch?' 

 'Zeker.'

 Een lezer heb ik. Het is een tastbaar boek.