Wie de teksten en tekeningen van Bruno Schulz naast elkaar legt gaat zoeken naar wat ze bindt. In het tekenen zie je Tenniël - van Alice, maar ook Honoré Daumier. Hij had twee onderwerpen, erotische voorstellingen waarin een man - vaak herkenbaar hijzelf - zich onderwerpt aan vrouwen. Maar daarnaast wat je grotesken zou kunnen noemen.
Waarin je de stijl van de boeken herkent. Ze staan ook in 'Sanatorium Clepsydra'. Gedrongen, dwergachtige figuren, die allemaal overdreven hoge hoeden dragen.
Net als in zijn schrijven heerst de overdrijving. Als het warm is, is het overmatig heet. De vaderfiguur uit de boeken is een koning van de extreme stemmingswisselingen. Hij kan zeer driftig zijn en een dag later volstrekt apathisch.
De bewoners van de stad waar alles speelt staan als voldongen personages rond de altijd beduchte hoofdfiguur.
Je begrijpt dan waarom Schulz moest gaan schrijven. Het tekenen was niet genoeg. In de boeken vind je de uiterste nuancering die er bij hoort. Een waarnemer als hij zal altijd meer zien. De waarnemer, nu een gedrongen mannetje met een te grote hoed, vanonder welks rand hij vandaan kijkt. Alsof hij met z'n blikken in een kokende pot roert.
Waaruit associaties opstijkgen.