Het nogal onbegrijpelijke stadsmeisje Haemi ontmoet na jaren haar oude dorpsgenoot Jongsu weer en vraagt hem meteen op haar kat te passen. Maar wat hij na haar vertrek ook zoekt, er is geen poes in het appartement. Wel een etensbakje.
Haemi lijkt zelf ook een geestverschijning. Ze heeft een passie voor verdwijningen en verdwijnen. Een illusioniste is ze ook. Zonder duidelijke aanleiding pelt en eet ze aan tafel een onzichtbare mandarijn. Ze kan een beetje toveren.
World Cinema loopt op z'n eind en ik had het geluk de Koreaanse film Burning - vrij naar een kort verhaal van Murakami - te zien.
Dat zit vol onbegrijpelijkheden, waar regisseur Lee Chang-dong losjes mee speelt. Haemi keert uit Afrika terug met ene Ben, die graag 'greenhouses' in brand steekt - de uit doorschijnend plastic gemaakte groentekassen op het Koreaanse platteland. Maar waarom? Haemi verdwijnt en Jongsu zoekt haar. Heeft ze als kind dagenlang in een waterput gezeten? Was er een waterput in het dorp?
Bij Murakami is onoplosbaarheid vaak het eigenlijke onderwerp.
Maar het boerenland aan de grens met Noord-Korea is prachtig.