Maria van Gelre komt

 De Française (1380-1429) die van het Parijse hof werd uit­gehuwelijkt aan de ambitieuze Reinald, hertog van Gelre kwam in een verre boerse uithoek terecht waar ze misschien net zo exotisch was als Clais Voncke, die in het najaar van 1405 in Nijmegen verscheen met zijn kameel.

 Maar de hertogin leerde snel, ook de taal. En uit het portret dat Johan Ooster­man van haar schreef leer ik dat ze in Gelre rondreisde  met haar hofhouding, waaronder haar papegaaien, soms wel 60 kilometer op een dag naar Hattem, Zutphen of Lobith. In al die plaatsen moesten hertogelijke residenties op orde gebracht worden, waarvan de rekeningen zijn bewaard: 'tegen mijnre gnediger vrouwen komste'. Ze kreeg ook af en toe bezoek van 'Francricxsche heeren', kennissen uit haar verleden aan het Franse hof.

 Reinald liet veel bouwen en fokte vee. Een herenboer.

 Maria's uitgebreide gebedenboek, met prenten die doen denken aan de gebroeders Van Limburg wordt de kern van de tentoonstelling over haar in Nijmegen, vanaf 13 oktober in het Museum het Valkhof.

 Hofhouden op het Nederlandse platteland, in Grave of Zutphen, dat kon! Maar Maria bleef kinderloos. Toen Reinald stierf was het afgelopen.