Mijn Venetië is iets van lang geleden, van geen geld en slapen in een kamer zonder ramen vol hoge spiegelkasten. In het eethuis gewaarschuwd worden als het water stijgt. Je bord leeg eten en maken dat je in het hotelletje komt waar je inslaapt op het geluid van klotsend water in de steeg.
Mijn ontdekking toen was Carpaccio, in de Scuola Dalmata. Met zijn bijbelse figuren, gekleed in gewaden uit het Heilige Land, gekocht van reizigers en kooplui, zodat ze er nogal Mohammedaans uitzien. Bellini deed dat ook
Het nieuwe nummer van Kunstschrift is gewijd aan deze Venetiaan (ca. 1430-1516), zijn familie en omgeving. In zijn werk zag ik dezelfde wonderlijke Venetiaanse schoorstenen als bij Carpaccio.
Venetië, la Serenissima, zoals het toen genoemd werd, het serene waarvan Bellini de meester is. Heel de stad ziet er bij hem ingekeerd uit. De blikken van zijn vrouwen! Ik leer dat hun blosjes gemaakt werden met sandelhout (de 'blusher' van die dagen). Dit uit het mooie stuk over de 'Venezianitá', de Venetiaanse opschik en elegantie van Federica Veratelli.