Isa

 Vanaf een vuilnishoop ziet de wereld er andersom uit. De stad beneden wordt een broeinest, waar alles vandaan komt dat hier ligt opgestapeld. Weggegooid, overtollig, of misschien toch bruik- of eetbaar. Zo ziet Isa het.

 Het zwerfmeisje In 'Bilder deiner grossen Liebe' van Wolfgang Herrndorf, die leeft van wat ze oppikt, krijgt of steelt in supermarkten, bij mensen thuis, van vuilnis. Ze is getraind, erop gespitst als een aasetende vogel. Zo blijft ze in leven. Aantrekkelijk als ze is gebruikt ze haar kont als die van pas komt.

 Je kunt het huisvuil noemen, maar een goed woord voor het overschot van onze leefstijl is er niet. De uitvinding van de houdbaarheidsdatum heeft het benoemd. Allen zijn we vroeg of laat eerst overschot, en dan vuil. Herrndorf zelf is patiënt en zal sterven. Wat van hem overblijft zal worden opgeruimd. Vandaar - vermoed ik - dat de vuilnisroos Isa de heldin van zijn laatste boek werd. Afval is waar de wereld om draait:

 'Ik klim over bergen huisvuil. Een paar zakken ruk ik open en vind verschimmeld fruit en een bruine banaan. Ik vind ook nog een behaard brood, scheur de korsten eraf en eet het middenstuk. Ik vind een zak vol sla en een klont spaghetti met uitgedroogde rode saus. Als rubber is het. Ik bijt op een steen. Ik vind ook twee fotoalbums. In het ene zit een gezin, alleen maar opnamen van vader, moeder, zoon en hond en op iedere foto stralen ze, allemaal, zelfs de hond. Ik blader het album door, maar tenslotte gooi ik het toch weer weg, omdat het me deprimeert.'

 Het is nacht. Beneden, in de donkere verte ligt een verlicht benzinestation, waar niemand is, als een ruimteschip. 

Engel

 De doodzieke schrijver kiest ervoor te sterven als een zwerfmeisje dat eet van wat vuilnishopen bieden en verkeert tussen al wat afvalt en overschiet. Tot ze een engel - niet dat hij dat woord gebruikt, ik zie hem - ontmoet in de gestalte van een binnenschipper, met wie ze mag meevaren.

 'In oneindige verte overspant een dunne brug het kanaal, waarachter ergens de sluis moet liggen. Wat denk je, hoe ver is dat? Hoe lang doen we er over tot die brug?' Ik bekijk het onooglijke gedachtestreepje boven de horizon. 'Als je het mij vraagt een uur. Half uur.'  Hij lacht en heft een onder de harenwol nauwelijks herkenbare arm. Een gouden horlogeband deelt de wol in twee helften. 'Kijk op het horloge,' zegt hij. Hij schenkt zich uit een thermoskan thee in. Hij kijkt mij aan. Ik schud mijn hoofd. De thee vibreert in de kop. Hij leunt op het stuurrad en praat over het verschil tussen koffie- en theedrinkers. Hij drinkt alleen thee, zegt hij, koffie verafschuwt hij, hij heeft de koffiemensen nooit begrepen, en dan stelt hij een vraag die ik niet versta, terwijl hij met beide handen het stuurrad vasthoudt en de hendel draait en ik op het zelfde moment in de weerspiegeling van het horloge, die van de zon komt, het zelfde glanzen en schitteren herkend heb als op de schakelhefbomen en sierlijsten als in de theekop en op het kanaal, en hij herhaalt de vraag, die ik weer niet versta, omdat ik met verscherpte helderheid nu zie hoe het glimmen en glanzen overal in de stuurhut op een onzichtbare manier alles met alles verbonden heeft, de vibrerende thee, de verchroomde hendel, de horlogeband, het schitteren van de golven en het door licht omstraalde haar van de schipper en ik weet, ook ik ben omstraald (..) en ik zeg 'Merkt u dat ook?'

'Dat is de motor. Dat doet hij soms.'  

Wolfgang Herrndorf

 In het zicht van de dood kan er een grote helderheid over je komen. De laatste - onvoltooide - roman van Wolfgang Herrndorf (1965-2013) blikkert je tegemoet.

 In zijn laatste boek 'Beelden van je grote liefde' loop je met de veer­tien­jarige tomboy Isa mee, de wereld in, alsof je hem voor het eerst ziet. 's Nachts gaat ze op blote voeten verder en verder, steelt voedsel, overdag slaapt ze in schuilhoekjes. Ze is uit een jeugdin­richting o­ntsnapt.

 'Ik lig op mijn rug. Uit het dal klinken geluiden naar me op. Een motorzaag, een lachende vrouw, een merel, een auto, schoolkinderen. De deur van een autobus ademt uit. En weer de merel, nu dichter bij me. Ik zie de wolken erachter en onderzoek mijn voetzolen. De sneden zijn niet zo diep als ik gedacht had, maar ze doen nog pijn en hebben erg gebloed. Omdat ik het mineraalwater heb opgedronken was ik bloed en modder met Fanta van mijn voeten en besluit de dag hier te blijven liggen tot het nacht wordt. Ik heb nog meer Choco Leibniz en marmelade en Nutella en knäckebröd en Snickers en pindaflips. Ik word heel helder in mijn hoofd, ochtendlichthelder. Universum hier, Isa hier, alles waar het hoort. Ik denk niet na. Ik slaap.'

 Toen hij dit schreef was Herrndorf al een paar keer geopereerd en wist dat hij het niet zou kunnen voltooien. Toch moest dit zijn laatste zijn. Helder in de wereld.

 Hij had op de kunstacademie in Nürnberg gezeten, schreef vier romans en een weblog. 

 

 

Pagina's