­­Sound spill (2)

 Je bent al vlug bij John Cage die verke­ersgeluid verrassender en interessanter vond dan muziek. Als je veel muziek gehoord hebt overkomt je immers al te vaak de fatale herkenning: 'o ja, en dan zo'.

 Tot er weer iemand tussen de mazen van het net doorglipt. De jongens van Sound spill omhelzen het toeval niet, ze componeren, maar laten de toehoorder wandelruimte. Hun morsen pakt verrassend uit. Horen en zien, maar wat komt eerst? Wat te beginnen met geluid als materie. Het loopt tussen je vingers door. De ritmiek van het stokje dat langs de spijlen van een hek tikt vlecht zich in een filmloop waarin het ritme van tegel­formaties en ander binnenhuis wordt bespeeld. Wat speelt u? Ik speel huis.

 Zoals Richard Sides in zijn 'An index of confused ideas' (2008), waarin glazen platen worden aangeslagen volgens een electroni­sch draaior­gel­boekje. Rollen tape in verschillende dikte, bevestigd aan de hamertjes bepalen de klankh­oogte. High en lowtech ineen. En mooi om te zien werken. West biedt een bad in een uitgekiend samenstelsel van beeld en geluid.