Étappe

 Van Clermont Ferrand naar Lyon vandaag. Heuvel op, heuvel af. In de zon. De Tour de France als tijdsmachine bracht me naar Lyon, waar de rivieren samenvloeien en waar ik rondliep. En met de funiculaire naar de Notre Dame de Fourvier opsteeg.

 En dag later naar het stoffenmuseum in een zijstraatje, naar de mousseline, want ook de zijderupsen wisten de weg naar Lyon.

 De enigen die weten wat de Tour zo aantrekkelijk maakt zijn niet de wielrenners en ploegleiders. De aantrekkelijkheid van het zicht op fietsende konten is eindig. Het zijn de cameramensen en regisseurs van de tv met hun instant snapshots van mensen en landschap die het spektakel maken.

 Vroeger, toen dat alles nog in luttele woorden door Theo Koomen op de radio voorgetoverd moest worden kreeg ik hem eens aan de lijn, omdat zijn 'tourflits' bij een aankomst in Pyreneeën precies in ons programma viel.

 'Hoeveel tijd heb ik,' vroeg hij op de spreeklijn. 'Je hebt alle tijd, er is hier wat uitgevallen. Iets over doping misschien?'

 Dat was iets nieuws toen. De motor werd aan de kant gezet en Theo was niet meer te stoppen. Vertelde alles wat hij wist.

 Tegen zessen zei hij vanaf zijn Pyreneeën-top: 'De zon is hier al onder. Het wordt een beetje koud, jongen.'