Om deze paar woorden zal de Zeeuwse dichter en graficus J.C. van Schagen (1891-1985) herinnerd worden. Korter kun je een bestaan niet samenvatten.
In het Nieuw Letterkundig Magazijn van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (wat al veel meer woorden zijn) schrijft Petra Teunissen over de brieven die Van Schagen schreef met Clare Lennart, die hem in 1954 bezocht, thuis in Domburg om hem te portretteren. Hij was al sinds 1925 beroemd om zijn nog steeds herdrukte debuutbundel 'Narrenwijsheid'.
Hij maakte en verspreidde zelf zijn 'Domburgse cahiers' waarvan Lennart abonnee was. Wat ze ook bond was hun liefde voor 'poesen'. Er kwam een bundel limericks: '24 conversaties met de Nachtpoes', die hij haar stuurde. Zij schreef terug: 'De menselijke mensen - evenals de poeselijke poesen - moeten hun rangen een beetje sluiten: de massa der imbecielen groeit onrustbarend.'
Eerder schreef hij over 'wat er nu eigenlijk met me is' en haalt daarbij 'The doors of perception' van Aldous Huxley aan: 'the miraculous act of sheer existence...' Ik geloof dat de grond van alles is met me. Geen middeleeuwse vromigheid, geen vroomheid überhaupt. Ik heb de pest aan vroomheid al moet ik toegeven dat de dominees op me afkomen als vliegen op de honingpot. (...) Misschien zal ik me nog wel eens in de pornografie begeven alleen al omdat het leuk zou zijn om de enorme kras, die er dan in dit beeld zou ontstaan.'