Aardig

Mijn overgrootvader, de bakker, schijnt een aardige man geweest te zijn. Er werd later over hem gesproken alsof het een excentrieke, licht zwakzinnige man was geweest, die kinderen altijd een beschuitbol meegaf.
Aardig was verdacht op het dorp. Een man kon toen, en nu, maar een ding zijn in het leven: belangrijk.

Mijn vader en grootvader waren niet aardig, al konden ze zich bij gelegenheid zo voordoen. Ze waren de baas en daarmee uit. Het begrip empathie was nog niet uitgevonden.

Bakkers hadden ook die naam van aardig. Mijn gedroomde oom was Puck Mulder, bakker in Eerbeek, bij wie altijd wel iets overschoot. Hele dagen heb ik in zijn bakkerij doorgebracht, hem op bestelling namen in letters zien spuiten op taarten.
Het duurde lang voor mijn moeder ontdekte waarom ik thuis nauwelijks meer iets at.
Is Mark Rutte aardig, of Grapperhaus? Nee, ze zijn belangrijk