Waar ik woon zie je 's zomers achter het huis een muur van bomengroen. De huisachterkanten van de volgende straat worden pas in de herfst weer heel geleidelijk zichtbaar.
Kale takken zie ik nu, zich onthullende achtergevels met gordijnloze ramen. En zicht op de allochtone levens die daar geleefd worden. Een vrouw droogt af in een keuken. Een kaal tv-toestel op een onbekende zender. Bewegingen van de kamer naar de keuken. Opmerkelijk blijft het weinige licht. Niet meer dan twee kale peertjes.
Het Philips-credo 'wie licht spreidt, spreidt gezelligheid' is hier nooit doorgedrongen. Wat gezelligheid is, - het domein van de huisvrouw - is onbekend. De licht-schaduw combinaties en hun Hollandse verborgenheden ontbreken hier. Het Hollandse binnenhuisjehoort niet tot de inburgering. De schemerlamp, waaronder men kan 'schemeren', zoals in de Camera Obscura moet een uitvinding van de achttiende eeuw zijn.
In Italie leerde ik een andere huis-opvatting. Donker was het er. Gesloten luiken, veel stof, kaarslicht en kristal. Maar voor mijn achterburen is duisternis een luxe. Ze gaan liefst gesluierd door het leven, geen wonder als je uit blakerende zonneschijn vandaan komt.