Het was Jerom die bij het huis van zijn vriend Lambiek aangekomen daar een briefje aan de voordeur trof met de tekst 'niet thuis uit reden van afwezigheid'. Ja, ik was er niet uit reden van ziekte, nu weer genezen.
Dit uit het hoofd wat ik gisteravond laat kon oproepen in een ziekenhuisbed met te weinig dek. Het is een manier om slaap te roepen die niet wil komen: in de wereld van Willy Vandersteen komen absurdismen voor die zelden zijn opgemerkt omdat Suske & Wiske te veel werden gezien als voor kinderen waar de belevenissen van Kuifje en Guust volwassen trekjes hadden.
Maar de snibbigheden dan, tussen Sidonia en haar buurvrouw Celestine, die zich ver boven haar verheven voelt? Met scenes als deze: Sidonia heeft een nieuwe jurk gekocht en de buurvrouw kijkt over de schutting. Ze zegt iets als: 'Ach Sidonie wat een aardig kleedje heeft u daar. Ik heb ook een keukengordijntje van die stof.'
Ik heb Vandersteen een keer ontmoet. Belgischer kon een meneer er niet uit zien. Een bruin pak, een naamloos brilmontuur en een glimlach voor alle gelegenheden.
Hij had leren tekenen, vertelde hij, in het atelier van zijn vader die plafond-ornamenten ontwierp met engeltjes voor in de nieuwbouw van de jaren rond de vorige eeuwwisseling.