Aldo Moro

 In mei 1978 was ik in Pisa, toen in het hotel en in het café opeens een grote drukte losbrandde. Er lagen noodedities met grote koppen in de kiosk. Aldo Moro, de minister-president was dood, vermoord door de Rode Brigades die hem gekidnapt hadden.

 In het café stonden de studenten in de rij om hun ouders te bellen. Italiaanse studenten bellen veel met hun moeders: 'Si Mama.' en Pisa is een studentenstad. Daar had je toen nog muntjes voor nodig, altijd schaars. Overal op straat zakten de rolluiken, niets was meer open.

 Ik besloot naar Corsica te gaan. Dat was Frankrijk. In het nabije Livorno voer waarschijnlijk nog een boot. Daar aangekomen werd mijn Renault 4 geinspecteerd door de douane. Waarom zo grondig? Douaniers begonnen zelfs de formaten van mijn achterbak te meten.

 Ik keek in mijn krant en daar stond de oplossing. De dode Aldo Moro was aangetroffen in de achterbak van een Renault 4, net als de mijne.

 'Ja,' zei de ene douanier,' hij zou er net in passen.

 En ik kon aan boord. Gianlucca Tavirelli maakte in 2008 een film over Moro's dood, waarin alles klopt. Ook het 54 dagen gevangen houden en in leven houden van Moro.