Aloys

 Mensen leven langs elkaar heen. Ze nemen elkaar waar. Met wat fantasie kunnen ze zich indenken dat er een ander is die - wieweet ‑ ook soortgelijke gedachten zou kunnen hebben. Op de achtergrond zweeft het verlangen dichter bij iemand te kunnen komen. Verder komt het meestal niet. .

 Een mooie metafoor leveren de dieren die je de hele film van de Zwitser Tobias Nolle door onbevreesd aankijken vanuit hun eigen onbegrijpelijke existentie. Schildpadden, een glimlachende leguaan, schapen, de poes van Aloys die ziek is en een  reuzenschildpad van wie gezegd wordt dat ze twintig jaar alleen geleefd heeft zonder antidepressiva.

 Aloys heeft als beroep privédetective, en is in menselijk contacten veroordeeld tot  eenzijdigheid. Hij neemt anderen waar en legt ze vast op video, maar zelf moet hij non‑existent blijven.

 Dan doet de buurvrouw een zelfmoordpoging. Vraagt om hulp, maar hij reageert niet, zoals nooit.

 En wat zich daarna ontwikkelt is een gedroomde poging tot samengaan, waarin zij het initiatief neemt. Een omkering van Aloys gewone werk, waarin hij mensen bespioneert. Nu is zij het, fantaseert hij, die zijn leven binnendringt. Zij, en nog meer anderen, die hij van zien of tegenkomen kent en die opeens tot leven komen bij hem thuis.

 Een film, waarin wens en werkelijkheid zich prachtig verstrikken.

 Tenslotte komt Aloys in het ziekenhuis terecht waar ze verpleegd wordt en valt - ook in een ziekenhuishesje ‑ op de vloer naast haar bed in slaap.