Tekenen is zoveel directer dan schilderen. Een lijn staat er en zegt het, of niet. Alles wat de afstand met het geziene - binnen- of buitenshoofds - groter maakt doet afbreuk. Met die indruk stond ik na Amsterdam Drawing weer aan het IJ, onder de wolkenlucht.
Er zijn, als altijd, veel tussenvormen, maar de directheid, ook van gouaches en krijt wint.
Minder pretentie, de prullenmand onder werpbereik. Hoe bevredigend is toch het verfrommelen en dan de prop naar een welgemikt levenseinde gooien.
Scheurders begrijp ik niet. In scheuren zit de woede over de mislukking, terwijl het pure tekenen op papier niet verbeten hoeft te zijn. Een schilderij vernietigen na dagen ploeterwerk lijkt me heel wat anders.
In de genres zit dit jaar een verschuiving naar abstractie, naar geometrie. De vlakken, grids en rasters zijn terug. Maar een portretserie als 'Disconnected' van Julia Winter - over mensen die van hun land of familie afgesneden zijn, die je dan onderin beeld ziet verschijnen - krijgen extra lading.
En reuzentekeningen als van Anouk Griffioen, zijn er ook.
Ik bleef lang staan bij de wonderlijke, getekende 'foto-albums' van de Griek Christos Venetis. Die je de oude gebonden omslagen - krabbels op het binnenblad - erbij geeft. Dit moeten wel verzonnen foto's zijn. Waarom? Te goed.
En goddank, het pure schetsboek blijkt onuitroeibaar, zie het perfecte 'Milk and cookie, december 7, 2013' van Danica Phelps. Het schetsboek als dagboek, zoals bij Isaac Israels.