Schrijven en of het anders kan. Vragen ze zich morgen af bij de presentatie van een nieuw Revisor-nummer. Gustaaf Peek schreef een achterstevoren-roman die veel gelezen wordt.
Het nieuwe nummer bevat meer anders. De Keulse Annelie David (1959) zet woorden en zinnen anders neer in haar prozagedichten. Ook dat werkt.
Vaak denk ik dat het andere moet komen uit wat ontdekt wordt over de werking van het brein. Waar aanhoudend associatieketens worden gevormd, werelden gemaakt en weer vervangen. Zo zou je kunnen schrijven. Maar wie kan er zijn hersens bijhouden?
Een putsje scheppen uit de door William James benoemde Stream of consciousness - denk aan Ulysses - en proberen iets daarvan onder woorden te krijgen. Iets. Zoals in 'de bomen':
'toen hielden de bomen de adem in we namen het op het wrak half in het water de blaren in de lak de flanken bevolkt rif van mosselen vliegen zal de tijd in de schelpen opstijgen het was koud en het waaide we hebben niet gesproken terwijl het verkeer langs ons heen in het gras louter schelpen ze laten ze vallen de zwarte vogels namelijk uit de lucht vallen terwijl ik loop viel licht in de auto sneeuw in de ogen dit zuivere licht flikkerende sneeuwvlokken vielen in de ogen zie het zo helder riet en distelzomer was het is het tussen de flats hangt de zon en rode bal leemte ben erin gaan wonen toen een slingerende zwiepende suizende stilte de winter de bomen toen hielden de bomende adem in terwijl in zijn linkerhand al die schelpen en splinters nog bloeit de papaver'