Lezen en schrijven, alsof dat zo gewoon is. Na het bekijken en lezen van het omslag en een blik op de schrijversfoto - is die er niet dan zoek ik op Internet - sla ik het boek halverwege open.
En neem steekproeven. Soms leidt de steekproef tot verder lezen, zodat ik tenslotte terug moet naar het nog ongelezen begin.
Niets spreekt vanzelf. Vanavond in de Amsterdamse grote OBA hoop ik daarom het optreden van Anne Kawala te zien, bij de presentatie van het nieuwe Tijdschrift Terras, met Franse poëzie.
In de inleiding citeert vertaalster Kim Andringa hoe ze zichzelf voorstelt: '(...) ze is geen Parisienne maar je zult haar nooit zonder hoge hakken zien. Je moet weten dat ze daarop rent omdat ze vaak te laat komt.'
Hopelijk leest ze vanavond iets uit haar nieuwste werk dat gaat over 'hoe ze zich de Middeleeuwen herinnert'. Met als Leitmotiv het uitgesneden hart, zoals dat van Anne van Bretagne (1477-1514), dat vervolgens in goud gegoten wordt om als reliek te kunnen dienen in een schrijn.
Vanuit dat hart kom je van alles te weten over geleerde vrouwen zoals Anne. Over begijnen bijvoorbeeld.
Ook leerde ik over de 'assag'. 'Een hoofs gebruik vergelijkbaar met het kweesten of nachtvrijen dat in Nederland op sommige plaatsen nog in de 20e eeuw in zwang was, een proef waarbij twee geliefden naakt het bed deelden zonder te bezwijken voor de verleiding elkaar aan te raken.'
Het begint vanavond om 20.00.