Die naam zou me bijblijven. Hij werd in april 1970 met een zekere wijding uitgesproken door een oude man die voor zijn huis in de avondzon zat. Hoog op de berg boven de stad Messina, vanwaar we uitzagen over het water, waarin een veerboot zoals die ons hier heen had gebracht. Antonello de Messina. De grootste schilder aller tijden.
Het mooiste paneel van Antonello hangt in Londen, er staat een reproductie van in het vanmiddag gepresenteerde Kunstschrift-boek 'Het reizende detail': De heilige Hieronymus in zijn studeervertrek (ca. 1475), vrij naar een verloren werk van Jan van Eyck.
De kerkvader - die rond 400 de Bijbel in het Latijn vertaalde - leest, straks zal hij weer schrijven. Belangrijk is zijn omgeving, lezen en schrijven behoeven een omgeving. Hoge bovenramen geven hem helder daglicht. Duiven zitten in de vensterbank. Binnen en buiten zijn innig verbonden. Naar opzij ziet de heilige uit op het landschap. Om hem heen loopt zijn huisleeuw, die hij temde door een splinter uit z'n poot te halen, er slaapt een grijze poes. Er zijn planten, waaronder een dwergboompje. De tegelvloer heeft een wonderlijk patroon. In het totaal schilderij lopen nog meer dieren rond. Alles is hier in evenwicht.
Schrijver Bernhard Ridderbos gaat in het boek uitvoerig in op de werkplek die Antonello voor Hieronymus bedacht: een getimmerd studeervertrek op een podium. Was Antonella ook nog eens timmerman?
En zo kijk ik al lezend en aantekeningen makend naar een Hieronymus die hetzelfde doet. Wel wat meer verziend dan ik, getuige zijn leesafstand. Opmerkelijk in lees- en schrijf afbeeldingen uit die tijd is de werkchaos. Boeken niet netjes op rijen in de kast maar opengeslagen door elkaar, precies zoals bij mij thuis.
De gastheer sneed kaas af en schonk wijn in.