In de zomer van 1963 waren Louis Aragon (1897-1982) en zijn vrouw Elsa Triolet in Holland - oa. Tessel, Wassenaar, Utrecht - en schrijft hij gedichten. Zijn Hollandse reis is vertaald door Katelijne De Vuyst voor uitg. Vleugels. Dit is een strofe uit de cyclus 'Rotzomer'. Holland, voor een buitenlander bloemenland:
'Het is net halfzes geweest/ En de bloemist is al dicht/ De bloemen zijn verweesd/ Het is een droef gezicht
De verkoper is weggegaan/ In de etalage brandt geen licht/ Tot morgen bij dageraad/ Blijft de winkel dicht
De anjers verpozen/ Net als de orchideeën/ En ook alle rozen/ Komen op ideeën
Bij de anemonen/ En de korenbloemen/ Zal niemand nog komen/ Om hun geur te roemen
De asparagus/ Houdt zich kloek/ De boze cactus/ Staat alleen in zijn hoek
Asters van Amsterdam/ Als de duisternis valt/ Is er geen vrouw of man/ Die je opbeuren kan
Vergeet elk bloemenfeest/ Ik voel me geheel ontwricht/ Het is net halfzes geweest/ En de bloemist is al dicht