Autobahn

 Nu de maker van het onsterfelijke lied gestorven is, dit. Duitsland was voor mij lange tijd niet meer dan een versleten halve landkaart waar ik bovenop ging liggen. Mijn neus op de v­reemde namen, waarvan je de klank moest proeven. 

 Van veel weet ik nog steeds niet meer dan dat. Na jaren kwam ik in Wiesbaden, Kaiserslautern bleef fantasie. Sleutel was de Autobahn, die stukje bij beetje door het land werd getrokken. Langs zehn pfennig-gokautomaten met drie wentelschijven en een gewinnplan.

 Eerste Merkmal was de Europabrücke, een ellenlange, rommelige Baileybrug over de open kolen van het Ruhrgebiet.

 Nog jaren moest je van de Nederlandse grens naar de eerste aansl­u­iting: Dinslaken, waar je nu voorbij zoeft. En hielden de betonplaten op bij Bruchsal. De kracht van de eindeloze herhaling van een naam. Maar het merendeel van de namen langs de weg bleven namen. Er waren Raststätten, Tankstel­len. Anders niets. De wereld die Wim Wenders en Robby Müller vastlegden in hun Im Lauf der Zeit (1976) en waar ik zoveel jaren voorbij gereden was.

 Er ligt daar een ander land, waar ze een andere taal spreken. Of zoals Keulse vriendje Herribert spotte als ik weer iets had miszegd: 'Jaja, wollen sie noch ein stückchen Kipf?'

Tags: