Tom Egbers schrijft soms stukje over het Engeland van zijn jeugd, dat hij nu ziet verdwijnen achter Brexit. Laatst reed hij door zo'n Engels landschap en mijmerde over de Engelse auto's die je daar vroeger zag.
Noemde verdwenen merknamen die me meteen troffen: Humber, Hillman en de luxe Sunbeam. Dat komt, in mijn jeugdvakanties heb ik ze zien aankomen. Ze arriveerden per schip en werden door speciale chauffeurs van Rotterdam naar de Haagse Scheldestraat gereden, waar ze in de showroom stonden. Maar eerst moesten ze - dat was mijn vakantiebaantje - gereinigd worden van de bruine coating die er in Engeland op was gespoten. Om de lak tegen het zeezout op de schepen te beschermen, zei Oom Eddy, die bij mij in straat woonde en vriendje Jaap en mij had ingehuurd.
Oom Eddy was gul met het uitdelen van autofolders, zelfs ook van zijn enige Amerikaanse merk: de Studebaker, de mooiste Amerikaan ooit.
Wat hem onvergetelijk maakte was dat hij als er sneeuw lag wel zeven sleetjes vol kinderen rondreed. Natuurlijk braken de touwtjes steeds: hilariteit. En dan de Rover van de vader van Jan Hein, waarin de zonneschermen met een touwtje konden worden opgehaald. Maar die verkocht Oom Eddy niet. Als je ergens leert wat rang en stand is dan in de autowereld.
En hier Sunbeam Rapier waarin mijn Oom Bob reed.