Ba'al in Carthago

 Nog is het me een raadsel hoe ik het gymnasium heb kunnen door­lopen zonder in godsdiensttwisten terecht te komen. Elke dag lezen over Zeus, Hera, Apollo en Pallas Athene, die het lot van mensenkinderen als Odysseus of Achilles, Penelope of Helena op ondoorgrondelijke wijze bestieren. Terwijl je in het volgende lesuur bij Bijbelse geschiedenis over een heel andere God leerde, die de ware moest zijn.

 Geen leraar die aan dit dilemma ooit een woord vuil maakte. Je werd geacht de goden van de Olympus niet serieus te nemen en die ene van de Tempelberg wel.

 Bij de expositie over Carthago in het Leidse Oudhedenmuseum kwam ik een oude bekende tegen. Zijn naam was Ba'al. En als er ooit een afgod bestaan heeft was hij het. Ik kende hem uit de Bijbel, waar hij aanbeden wordt door heide­nen als de Kanaänieten. Maar nu blijkt hij ook de oppergod van de Carthagers te zijn geweest en met de Feniciërs mee heel de Middellandse Zee te zijn rondgereisd en overal beelden en tempels te hebben gekregen.

 Waar zo'n tentoonstelling al niet goed voor is. Niet voor een superieure glimlach maar voor ernstige overwegingen betreffende de goden waar we in het hier en nu mee tobben: de Christelijke die heel de Verenigde Staten aan zijn voeten vindt, de Joodse, die Zijn Volk tot gruwelijks inspireert en Allah met zijn bloeddorstige profeet. Het monotheïsme kortom. En het grote gelijk dat het altijd meebrengt. Nee dan Ba'al, die heus niet over alles ging. Je had ook vrouwen, als Tanit en Astarte die van de 'vruchtbaarheid' waren. Plus veel lokale godheden – een goede gewoonte, hier en daar een Groningse of Roermondse god. En geloof die verhalen over kindoffers niet. Dat was Romeinse propaganda.

 't Is echt jammer dat de Olympische Goden geen site hebben op Internet. Ik neem ze ernstig en zou elke dag het laatste nieuws willen volgen over de grillen en wispelturigheden, inzichten en ondoorgrondelijkheden van Venus, Hefaistos, Persephone en bovenal Pallas Athene.

 Van zo'n kerk zou ik lid willen zijn. Maar helaas, daarvoor kan ik nu nergens anders terecht dan in musea. Of dezer dagen bij de resten van Carthago in Leiden.