Bakkersgeluk

 Het dorpscentrum werd gevormd door de kruising van twee hoofdwegen. Die van Brummen naar Loenen en die van Coldenhove naar het kanaal. Aan de ene kant van de kruising lag de ruïne van de half uitgebrande school waar ik les had, er schuin tegenover de bakkerij en winkel van Mulder. Waar ik binnen mocht omdat Heintje bij mij in klas zat.

 Omdat ook de schoolbel bij de brand verloren was gegaan blies de bovenmeester bij het aangaan van de school op een scheidsrechtersfluitje.

 Onze middagpauzes brachten we door in de geurige bakkerij, waar Heintjes Oom Puck, in geruite broek en met bakkersmuts op, brood en banket bakte. Er schoot vaak wel wat over. Mijn moeder klaagde dat ik thuis mijn bord niet leeg at.

 Het geluk woont in bakkerijen. Van mijn overgrootvader met de lange baard, die bakker was in het Zeeuwse Wolphaartsdijk, werd verteld dat hij 'aardig was'. Een uitzonderlijke eigenschap in die streken. Ook Oom Puck was een levende legende Nog zie ik hoe hij het witbrood met een kwast water bestreek en nog even nabakte, zodat er een glimmend bovenlaagje opkwam.

 Om niet te spreken van de bakplaten vol tompouces die hij vaardig in de juiste porties sneed. We staarden ernaar met open monden tot het fluitje van de bovenmeester weer klonk.

 Het banket op bestelling, met marsepeinen of chocolade felicitaties maakte de meeste indruk. En het grote moment van de week kwam op zaterdag, als na zessen bleek wat niet verkocht was en misschien zou overschieten voor ons jongens.

 Het graf van Oom Puck is er, op Coldenhove. Het lijkt door hem zelf ontworpen.