Bek

 Het zijn dagen dat ik met angst en beven de krant opsla. Steenbergen. Het zijn de dagen van de grote bek. Nieuwste incarnatie: Donald Trump.

 Vanmorgen in bed probeerde ik de geschiedenis ervan na te gaan. Bij mij thuis was stemverheffing een zonde. Sssst.. Mijn vader was de enige die dat toekwam. Het gezin vreesde hem erom.

 Ik zag de grote bek terug bij links. In mijn Den Haag verhief niemand zijn stem op straat. In Amsterdam werd gedemonstreerd, had je linkse mensen. Die hun groot gelijk luidop scandeerden: Handen af van.. Rot op.. Spreekkoren. Spandoeken. Achteraf hadden ze soms nog gelijk ook. Eens zat ik in een voetbalstadion, theater van de stemverhef­fing.

 Nog weer later verhuisde de grote bek naar rechts, met For­tuyn. Ik herzag pas nog de historische confrontatie en herkende in Melkert mezelf, het net opgevoede jongetje dat z'n stem nooit had durven verheffen. Mond vol tanden.

 En gisteren stonden de grote bekken in Steenbergen. Achterin de zaal de poli­tieke hooligans. Die zo haarfijn de angst aanvoelen van wat weer heet 'het volk'.

 En een derde van de kiezers is het met ze eens. Als er een meerderheid van komt maakt dat alles erger en lost niks op. Alexis de Toqueville zag het al aankomen. Wat we denk ik meemaken is het eind van de emancipatie: de meerderheid van niet zo snuggeren beslist. Zo eindigt democratie.

 Zoals Reinold Widemann al lang geleden formuleerde: 'Als de wereld ten onder gaat zal dat zijn met meerderheid van stemmen en onder luid applaus.' 

 Nu wakker worden.