Een orthodox Joods gezin woont in het wachtershuisje van een uitgestrekte begraafplaats op de Olijfberg in Jeruzalem. Geen boom, geen bloem te zien. Het is dat niets waar de film van Yaelle Kyama's over gaat. Doden, louter zerken. En muizen, die wel.
De dood reikt ook naar het gezin van vijf kinderen, de man die zijn vrouw Tzvia niet meer ziet staan. De Al Aqsa moskee blinkt iets verder op wat de Israëli’s de Tempelberg noemen.
Er is meer leven in deze zerkenwoestijn. 's Avonds na het invallen van het donker treffen zwervers en hoeren elkaar hier. En als haar man en kinderen slapen, gaat Tzvia kijken, raakt geobsedeerd door deze andere wereld. En gaat praten, eerst voorzichtig, tegen het wantrouwen in. Maar dan brengt ze pannetjes soep.
Een prachtige plek om de onoplosbaarheid van Israël en van dit huwelijk te laten zien. Zo komt Tzvia voor de keuze, zich bij de zwervers aan te sluiten of haar orthodoxe gezinsleven voort te zetten. Allebei uitzichtloos. En dan ontstaan er twee pannen soep. Een met rattengif, een zonder. Welke is voor het gezin, welke voor de zwervers? Wie tenslotte de giftige krijgt wordt niet onthuld.
Zelf neemt ze als eerste een slok.