Bijpunten

 'Alleen bijpunten, niet te kort.' Je haar of je leven, dat was de strijd op de kappers woensdagmiddagen. De nieuwste, in de Appelstraat was geheel ingericht op het zo snel mogelijk zo veel mogelijk jongens knippen.

 Vier of vijf kappersbedienden daar de tondeuses die aan gecap­ittonneerde snoeren van het plafond afhingen. Die ton­deuzes konden over een rail aan het plafond heen en weer rijden.

Het was een volautomatisch continubedrijf. Elke beurt eindigde met een spuit uit de fles haarwater - ik denk van Dr. Dralle - en het ophouden van de spiegelaan je achterhoofd. Je zag het meteen: weer te kort. Gereformeerde kopjes was wat het meest verafschuwd werd.

 De koude wind in je nek was wat je - eenmaal weer buiten - het meest vreesde.

Eens in het uur werd een luik in de vloer geopend, waar het knechtje de bergen jongenshaar in veegde.De zaak bestaat niet meer. Toch moet ergens in de Appelstraat nog een kruipruimte zijn vol jongenshaar. Toen ik dit aan Gerard Reve vertelde was hij een en al oor.

 Later vond ik in de Azaleastraat een zeer morsige jongenskap­per die het voor een kwartje minder deed. Maar daar lag de Panorama niet.