Blauw

 Het nieuwe Kunstschrift gaat over de kleur blauw. De betovering ervan. In onze taal, in onze liedjes zijn het blauwogige vrouwen die mannen op de knieen brengen. Of andersom, zodat Frank Sinatra als 'old blue eyes' de geschiedenis in ging.

 Het antwoord zou kunnen liggen in het contrast, in het uitzonderlijke, het onverwachte. Zeker in een omgeving waarin bruin overheerst, in ogen. Zodat je toch even schrikt van zo'n blikkerende blik, die een hallucinerende werking krijgt.

 Het zelfde effect dat woestijnzand krijgt tegen een donkerblauwe lucht, zoals bij Rousseau le Douanier.

 Andrea Müller-Schirmer schrijft over de populariteit van wede, waar Erfurt groot mee werd, de Europese variant van indigo. Veelzeggend is dat in die concurrentie indigo de Teufelsfarbe werd genoemd. De magie van kleuren.

 Ook mooi is wat ze zegt over de herkomst van het spijkerbroek-blauw. In 1848 begon de Beierse emigrant Oskar Levi-Strauss met de productie van werkbroeken van een stof uit Nimes (vandaar 'denim'). Die hij verfde met indigo uit India, geimporteerd via Genua. In Frankrijk heette dat 'bleu de Gêne', wat werd verbasterd tot blue jeans.

 Dat blauw goed combineert met geel staat al in Goethes 'Werther', je ziet het bij Vermeer, Van Gogh en tot op de huidige dag in alle straten.