Een woord dat riekt naar het grondsop dat onderin een schip rond de kiel klotst. Zich daar verzamelt zo lang het schip leeft. De debuutbundel van Laura van der Haar lijkt op compost. Maar blijft niet bij wat tastbaar, ruikbaar, voelbaar is. maar ontstijgt het in woord en klank. Leerde Pallasmaa ons niet het spel der zintuigen, die niet zonder elkaar kunnen? Laura van der Haar komt in haar debuutbundel tot een zeldzame rijkdom aan zintuiglijke associaties. Neem zoiets als 'Splinters':
'rottende slootkant, stofhooi, seks in de bosjes, festivalkots/ klein straatgedierte sterft in roosters, vogels/ walmen na op het wegdek
de zomer is begonnen
overal klinkt zacht gelik/ aan ijsjes, liefjes, hondenanussen/ autogeronk, bericht voor een meisje, plus het meisje/ dat voorzichtig in haar handen wrijft
de smeulende resten van een barbecue/ waar het vlees weer redelijk lekker was/ rolschaatsers, rochelaars en wespen
die vroege zomer/ steekt/ net als de bosjes
hoeveel splinters zal haar lijf blijven verdragen/ voordat ze meer hout is dan mens'